Het was hoog tijd dat er nog eens iets zinnigs over privacy werd geschreven, want het is een van de meest misbegrepen concepten van de moderne tijd. Zinnen als “Och, iedereen zet toch alles op Facebook”, mogen gerust aan cafétogen verkondigd worden maar wanneer zelfs ministers wegkomen met onnozele drogargumenten als “wie niets te verbergen heeft, heeft niets te vrezen”, moeten de alarmbellen afgaan. Ministers die zelf nochtans parlementaire onschendbaarheid genieten. Klaarblijkelijk overbodig, volgens diezelfde redenering. Een parlementair die niets te verbergen heeft, heeft immers niets te vrezen, toch?

Michael Van Peel

Zo werkt het natuurlijk niet. In de echte wereld oefen je macht uit louter door iemand een rechtszaak aan te doen (vandaar die onschendbaarheid), iemand te beschuldigen (vandaar “onschuldig tot het tegendeel bewezen”) of zelfs simpelweg iemand te surveilleren (vandaar privacy, persvrijheid en bronnengeheim). Privacy is enkel overbodig in een sprookjeswereld waarin iedereen altijd en voor eeuwig te vertrouwen is en de overheid perfect, een wereld waar dus ook geen rechtbanken nodig zijn, of verkiezingen, of staatsgeheimen, of afzettingsprocedures of een Comité P. Of parlementaire onschendbaarheid.

Privacyschendingen zoals massasurveillance zetten die basisprincipes van onze democratie op zijn kop: de burger wordt verdacht tot het tegendeel bewezen, de overheid wordt ongenaakbaar. Een sterke politie en overheid zijn niet per se slecht, maar hoe machtiger die wordt, hoe nauwgezetter ze in het oog gehouden moeten worden. Wie bewaakt de bewakers in een democratie? Simpel, dat zijn de burgers zelf. Daartoe moet die burger beschermd worden, met concepten als vrijheid van meningsuiting, het vermoeden van onschuld en dus ook privacy.

Misschien hebben we een apart woord nodig om het onderscheid te maken tussen alle min of meer onschuldige onzin die we zelf vrijwillig op sociale media gooien en de steeds verregaandere inmenging in ons burgerleven door goedbedoelende maar ondoordacht handelende overheden, zodat het ene ons niet afleidt van het andere. Want zelfs al hebben met privacy smossende politici de beste intenties, het is de soort waarmee de weg naar de hel geplaveid ligt. En al te vaak het soort dat lucratieve overheidsaanbestedingen financiert. Hoe dan ook, wat we in beide gevallen afgeven, is kleine stukjes controle over onszelf. Dat is wat privacy in weze is. Vandaar het belang om wat er nog van overblijft te beschermen. Je privacy in eigen handen houden, gaat dus niet over geheimpjes hebben, maar over niet (of minder) gemanipuleerd te kunnen worden, zowel door de eigen overheid (en die van de toekomst) als door grote techbedrijven (en die van de toekomst). Echte privacy is kortom de bescherming van het individu tegen politieke en economische machthebbers. De rest zijn kattenfoto’s op het internet en dansjes op TikTok.

In een wereld waar enkel nog gelobbyd lijkt te worden door en voor de grote politieke en economische machtsblokken, is het is dan ook heuglijk om vast te stellen dat zelfs van die flitsende, gladde advocatentypes als Matthias Dobbelaere-Welvaert nog in de bres durven springen voor de burger en het algemeen belang. Met een duidelijk en zeer pragmatisch boek dan nog, vol concrete voorbeelden uit zowel de Vlaamse als internationale actualiteit..

Die barricades zijn nodig want het respect voor onze privacy vervliegt haast aan hetzelfde tempo als de technologische ontwikkelingen die haar bedreigen. Ik wijdde er in 2013 nog een halve eindejaarsconference aan naar aanleiding van klokkenluider Edward Snowden en zijn ontboezemingen over de NSA. Een grap over verplichte vingerafdrukken op de identiteitskaart klonk toen nog als een overdrijving en oogstte verontwaardiging in de zaal. Vandaag, één aanslag in Zaventem later, is het wetgeving geworden. De grap werkt niet meer. De verontwaardiging en de daarmee gepaard gaande weerstand is aan het verdwijnen. Terroristen en machtsgeile politici gaan soms hand in hand. Ze teren op de angst en onverschilligheid van het volk. Benieuwd hoeveel burgervrijheden ons de volgende aanslag zal kosten.

75 jaar vrede heeft ons in slaap gesust. De auteurs van onze grondwet hadden, net als die van de Amerikaanse, de tirannie nog vers in het geheugen en waren beducht voor de verslavende effecten van macht en het bijhorende misbruik ervan. Daarom beschermt de grondwet de burgers expliciet tegen haar overheid. Vandaag is de “tirannie” subtieler, sluipender en minder zichtbaar. En, toegegeven, minder extreem. Knuppels zijn vervangen door algoritmes. Burgers worden niet meer gestuurd met de botte bijl van het geweld maar met de scalpel van subtiele psychologische manipulatie (denk Cambridge Analytica en consoorten), die langzaam maar even onopvallend als onomkeerbaar toeneemt. Nudge leads to push. Dat maakt het privacyprobleem des te prangender.

Privacy is niet dood, maar dringend toe aan een herwaardering. Niet als een of ander luxeproduct maar als een wezenlijk onderdeel van een gezonde, vrije democratie. Lees dus dit boek, als je een moer geeft om jouw en onze burgerrechten.

En indien niet? Koop gewoon een kookboek, klik op “oké” en accepteer. Alles. Smakelijk, en verslik je niet in de cookies.

Groetjes vanuit het vrijere gisteren.

Michael Van Peel

21 november 2020

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *